‘Schat, ga jij even pasta kopen voor in de minestrone?’, zegt mijn vriendin terwijl ze opkijkt van de pan. ‘Kleine pasta.

‘Ditaloni of ditalini?’, antwoord ik.

‘Ditalini.

‘Rigate of lisci’, vraag ik voor de zekerheid.

‘Maakt niets uit.

In de lift op weg naar de supermarkt hoor ik het mezelf nog een keer zeggen. ‘Ditaloni of ditalini? Rigati o lisci?’. Nu ben ik echt een Italiaan geworden.

Toen ik hier 15 jaar geleden aankwam wist ik wat spaghetti waren, kende ik fusilli en macaroni maar dat was het wel zo’n beetje. Na een zoektocht in de pastagang van de supermarkt, nee niet een vak maar een hele gàng, kwam ik erachter dat elleboogmacaroni hier niet bestaan maar honderdduizend miljoen andere pastasoorten wel.

Farfalle, farfalline, ditaloni, ditalini, penne, pennette, rigatoni, conchiglie, conchigliette, conchiglioni, op brons gedroogd, op zilver gedroogd, langzame bewerking, snelle bewerking, met een ruw oppervlak, met een glad oppervlak, Barilla, De Cecco, Rummo, de pastagang is een ontdekkingsreis.  Bovendien verschilt het aanbod per regio, Italie kent twintig regio’s, dus dat is heel veel verschillende pasta. En waag het niet de verkeerde pasta bij het verkeerde gerecht te serveren!

Ach, een Amatriciana, spek uien tomatensaus, kan ook best met rigatoni, die bucatini (wat dikkere spaghetti met een gaatje erin) eten zo lastig. Fout! ‘Dat kan echt niet!’ viel een kennis mij aan op Facebook. ‘Daarmee verander je de smaak en de mondbeleving van het gerecht!’ ‘Maar pasta is toch pasta,’ wierp ik tegen. Het onbegrip sijpelde door het scherm heen. ‘Buitenlanders,’ verzuchtte de kennis. Het snel groeiende aantal likes onder de opmerking maakte duidelijk dat ik, domme buitenlander, er écht niets van begrepen had. Van de heilige Italiaanse keuken met haar ontelbare, ongeschreven maar zeer rigide, regels. Bij de Amatriciana hoort lange pasta, bucatini in Rome en spaghetti in Amatrice. Punt uit. Geen discussie mogelijk.

Intussen in de supermarkt draalde ik wat door de pastagang. De keus was overweldigend, automatisch ging naar het De Cecco vak, mijn favoriete pasta (terwijl ik het opschrijf besef ik hoe Italiaans het klinkt..). Maar helaas: geen ditalini (of waren het nou ditaloni? Lisci, dat wist ik nog wel).

Dan maar Barilla.

Tussen de blauwe dozen ontwaar ik zowel ditaloni (lisci en rigati) en ditalini (lisci en rigati). Ik neem het zekere voor het onzekere en koop twee dozen.

Eenmaal thuis laat ik trots de dozen zien.

‘Barilla?’

‘De Cecco heeft geen ditaloni of ditalini.’

‘Ditaloni? Die is veel te groot!’

‘Ja, maar ik heb ook ditalini gekocht.’

Murmelend neemt mijn vriendin de pasta de maat. ‘Zijn eigenlijk nog wat aan de grote kant. Je had beter risoni kunnen kopen.’

‘Risoni?’, denk ik. ‘Wat zijn dàt nu weer.’

Deze buitenlander moet nog veel leren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *